Wat is de ziekte van Gaucher?

De ziekte van Gaucher is een zeldzame erfelijke aandoening en valt onder de lysosomale stapelingsziekten. Lysosomen zijn kleine organen in een cel, die met behulp van enzymen het recyclingproces van veel stoffen in het lichaam verzorgen. Het niet volledig functioneren of zelfs het ontbreken van een van deze enzymen zorgt ervoor dat (afval)stoffen zich opstapelen in het lysosoom. Deze stapeling bemoeilijkt daardoor het functioneren van het lysosoom en doordoor ook het functioneren van de hele cel. Vanwege het ophopen van (afval)stoffen wordt over lysosomale stapelingsziekten gesproken.

De stapeling bij ziekte van Gaucher wordt veroorzaakt door een gestoorde activiteit van het enzym glucocerebrosidase. Hierdoor vindt stapeling plaats van een vetachtige stof, glucosylceramide. Deze stapeling kan voor medische problemen zorgen die per persoon verschillen. Sommigen ondervinden veel problemen, anderen helemaal niet.

 

Welke vormen van Gaucher zijn er?

Er bestaan drie vormen van de ziekte van Gaucher.

- chronische vorm (volwassen vorm, type 1)

- acute vorm (type 2)

- subacute vorm (type 3)

Bij de meest voorkomende vorm (type 1) zijn vermoeidheid, bloedarmoede, bloedingen, lever- en miltvergroting en aantasting van botten de belangrijkste verschijnselen. Deze verschijnselen kunnen al op de kinderleeftijd beginnen maar ook op volwassen leeftijd.

De ziekte van Gaucher type 2 is een zeldzame en zich snel ontwikkelende aandoening die naast de organen, ook het zenuwstelsel aantast.

De ziekte van Gaucher type 3 is eveneens zeldzaam, maar anders dan type 2 verloopt deze vorm langzaam. De verschijnselen van de ziekte van Gaucher type 3 doen zich gewoonlijk voor in de vroege jeugd en betreffen zowel het zenuwstelsel als andere organen. Vandaar dat de typen 2 en 3 van de ziekte van Gaucher beide 'neuropathische' ziekte van Gaucher worden genoemd.

 

Wie krijgt de ziekte van Gaucher?

De ziekte van Gaucher is een recessief erfelijke ziekte. Dat wil zeggen dat je de ziekte alleen krijgt als je van allebei de ouders het gen voor de ziekte hebben. In de Nederlandse bevolking zijn ongeveer één op de 200-300 mensen drager van het gen. De ziekte is dan ook zeldzaam. Ongeveer één op de 100.000 mensen krijgt de ziekte van Gaucher. Vermoedelijk zijn er in totaal zo’n 150 a 200 mensen in Nederland die de ziekte hebben.

Wanneer iemand de ziekte van Gaucher heeft, kan het dus zinvol zijn om ook de broers en zussen te onderzoeken. De afdelingen klinische genetica van de academische ziekenhuizen geven hierover meer informatie.


 

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Omdat de eerste klachten algemeen zijn en de ziekte van Gaucher zo zeldzaam is, kan het lang(er) duren voordat de goede diagnose gesteld is.

Diagnose kan bepaald worden door eenvoudig het bloed te onderzoeken op de activiteit van het enzym glucocerebrosidase, dat bij de ziekte is verlaagd. Met weefselonderzoek kunnen ophopingen van glucocerebroside worden vastgesteld in beenmerg en milt.

Beeldvormend onderzoek zoals röntgenonderzoek, computertomografie (CT-) scan of magnetische kernspinresonantie (magnetic resonance imaging: MRI) van het bot kan fracturen of misvormingen opsporen.

 

Welke behandelingsmogelijkheden zijn er?

Je zou de afbraak van rode bloedcellen kunnen vergelijken met werken aan een lopende band. Bij de ziekte van Gaucher werken er onvoldoende arbeiders aan die lopende band. Daardoor ontstaat een soort filevorming; wat de arbeiders niet kunnen verwerken, stapelt zich op. Dat probleem is op twee manieren op te lossen. Je kunt er een uitzendkracht naast zetten, of zorgen dat die arbeider niet meer werk hoeft te doen dan hij aankan.

Een mogelijke behandeling van de ziekte van Gaucher is goed te vergelijken met die uitzendkracht aan de lopende band. Door regelmatig extra enzym (het middel Cerezyme®) toe te dienen, wordt het probleem opgelost. Het tempo van de afbraak is dan weer voldoende om de stapeling van afvalproducten te voorkomen. Cerezyme® wordt ca. iedere 2 weken toegediend via een infuus en neemt per infuus ongeveer 1-2 uur in beslag.

Deze vorm van behandeling wordt ook wel Enzym Replacement Therapy (ERT) genoemd.

Voor mensen met type 1 Gaucher, waarvoor een ERT behandeling via een infuus niet geschikt is, is er sinds kort ook een behandeling in pilvorm beschikbaar, Zavesca®.

Behandeling met Zavesca® werkt anders. Dit middel zorgt ervoor dat er minder afbraakproduct (glycosylceramide) ontstaat. Het vermindert zo de stapeling op de lopende band. Het enzym dat het niet goed doet bij patiënten met de ziekte van Gaucher krijgt minder werk te doen. Er ontstaat geen nieuwe ophoping van afvalproducten.

Zavesca® wordt 3 x daags in tablet vorm ingenomen. Deze vorm van behandeling heet Substrate Reduction Therapy (SRT).


 

Uitleg van vaktermen

Dokters gebruiken vaak vaktermen om tegenover elkaar heel precies te kunnen benoemen wat er aan de hand is. Omdat ze die taal dagelijks spreken, gebruiken ze sommige termen ook wel eens tegenover patiënten. Het kan dan ook handig zijn om sommige van die vaktermen te verstaan. Dit lijstje kan daarbij helpen. Ook geeft deze lijst wat meer uitleg over het ontstaan van sommige ziekteverschijnselen.

Anemie: bloedarmoede, tekort aan rode bloedcellen. Een veelvoorkomend verschijnsel bij de ziekte van Gaucher. Daardoor kan de zuurstof niet goed door het lichaam getransporteerd worden. Dit leidt tot vermoeidheidsklachten.

Beenmerg: weefsel aan de binnenkant van botten (vooral platte beenderen zoals borstbeen, bekken, rugwervels) waar de verschillende bloedcellen en bloedplaatjes worden geproduceerd.

Bloedplaatjes: een soort bloedcellen (maar dan kleiner), die een belangrijke rol spelen bij de bloedstolling. Als er te weinig bloedplaatjes zijn (thrombocytopenie), kunnen bloedingen ontstaan.

Enzym: actief eiwit; in het lichaam zijn duizenden verschillende enzymen actief, die zorgen voor zeer veel verschillende levensfuncties, zoals de spijsvertering, de energievoorziening, de opbouw en afbraak van cellen, enzovoorts. Bij de ziekte van Gaucher werkt een bepaald enzym, glucocerebrosidase, onvoldoende.

ERT (Enzym Replacement Therapy): enzym vervangende behandeling. Dit is de standaardbehandeling voor de ziekte van Gaucher. Via een infuus met het middel Cerezyme ® wordt het enzym glucocerebrosidase aangevuld.

Erythrocyt: rode bloedcel. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof vanuit de longen door het hele lichaam.

Gaucher cel: met afbraakproducten van rode bloedcellen gevulde cel (macrofaag). Gaucher cellen zijn verantwoordelijk voor de ziekteverschijnselen van de ziekte van Gaucher.

Glucocerebrosidase: dit enzym werkt onvoldoende bij patiënten met de ziekte van Gaucher.

Glycosylceramide: deze stof hoopt zich op in de Gaucher cellen, doordat hij onvoldoende afgebroken wordt.

Hemoglobine: is een eiwit dat in het bloed voorkomt, meestal in rode bloedcellen, en dat verantwoordelijk is voor het transport van zuurstof door het bloed.

Lysosomen: met enzymen gevulde blaasjes in sommige cellen, die een rol spelen bij de afbraak van ongewenste stoffen in die cel. Omdat het enzym dat niet goed functioneert bij de ziekte van Gaucher zich in de lysosomen bevindt, wordt deze ziekte ook wel een lysosomale stapelingsziekte genoemd.

Macrofagen: de opruimcellen van het lichaam. In het Grieks betekent macrofaag ‘grote eter’. Deze cellen zijn gespecialiseerd in het opruimen van alles wat ongewenst is, van bacteriën tot restanten van cellen. Bij de ziekte van Gaucher zijn zij helaas niet in staat om de restanten van rode bloedcellen goed op te ruimen. Daardoor veranderen zij in grote opgezwollen Gaucher cellen.

Splenomegalie: vergroting van de milt. Dit komt vaak voor bij de ziekte van Gaucher.

Splenectomie: verwijdering van de milt. Als de milt te ver opgezwollen is, kan verwijdering noodzakelijk zijn.

SRT (substrate reduction therapy): orale behandeling van de ziekte van Gaucher, waarbij met het middel miglustat (Zavesca ®) de hoeveelheid glycosylceramide wordt verminderd. Zie ook onder behandeling.

Thrombocyten: zie bloedplaatjes

Thrombocytopenie: tekort aan bloedplaatjes. Bij de ziekte van Gaucher worden de bloedplaatjes vaak te snel afgebroken in de milt. Daardoor kunnen bloedingen ontstaan.